Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog wordt de vijfentwintigjarige cavalerist Toni Hofmiller overgeplaatst naar een klein garnizoen aan de Oostenrijks-Hongaarse grens. Op een feest bij de aristocratische familie Kekesfalva vraagt hij per ongeluk de verlamde dochter ten dans. Dit blijkt het begin van een ingewikkelde en slepende affaire.
In De welwillenden geeft Max Aue een minutieus verslag van alles wat hij tijdens de oorlog als 'functionaris van de dood' heeft meegemaakt. Aue schrijft om na te gaan 'of hij nog iets kan voelen, of hij nog kan lijden' na alles wat hij, als gezagsgetrouwe onderdaan, in opdracht van zijn land heeft moeten doorstaan. In De welwillenden worden de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog beschreven vanuit het perspectief van de dader; dat gegeven, gecombineerd met een duizelingwekkende kennis van details, maakt dit boek tot een zeldzaam literair monument.
Een roman over drie vrouwen - transgender en cisgender - wiens levens met elkaar verstrengeld raken nadat een onverwachte zwangerschap hen dwingt hun diepste verlangens rondom gender, moederschap en seks onder ogen te zien. Reese had wat eerdere generaties transvrouwen alleen maar konden dromen; het enige wat ontbrak was een kind. Toen haar vriendin, Amy, detransitioneerde en Ames werd, viel alles uit elkaar. Ames dacht dat detransitioneren naar het leven als man het leven gemakkelijker zou maken, maar die beslissing kostte hem zijn relatie met Reese, en haar verliezen betekende ook het verliezen van zijn enige familie. Dan onthult Ames' baas en geliefde, Katrina, dat ze zwanger is van zijn baby - en niet zeker weet of ze het wil houden. Ames vraagt zich af: zouden zij met z'n drieën een soort onconventionele familie kunnen vormen en de baby samen opvoeden?