Wie de grote (inmiddels bijna allemaal vertaalde) studies van Michel Foucault o.m. over de geschiedenis van de waanzin, kent, zal bij het lezen van zijn opstellen over literatuur op verrassingen stuiten. Niet alleen blijken in deze opstellen uit de jaren '60, de grote thema's al in kort bestek aan de orde te komen; bovendien komt Foucault tot de ontdekking dat de belangrijkste problemen van de hedendaagse filosofie al eerder in de moderne literatuur verwoord zijn, door auteurs als Maurice Blanchot, Georges Bataille en Pierre Klossowski. Er is geen theoreticus die zo principieel over moderne literatuur heeft nagedacht als Foucault. De moeilijkheid is dat van de behandelde auteurs - Hölderlin, Bataille, Klossowski, Blanchot, Roussel - weinig is vertaald; Flaubert en Sade vormen een uitzondering. Ook zijn de opstellen niet bedoeld als inleidingen op hun werk; het gaat om, literatuurfilosofie, een in Nederland weinig beoefende genre. Dar staat tegenover dat er sinds enkele jaren een toenemende belangstelling voor de betreffende auteurs is waar te nemen. In dat bestek zijn Foucaults opstellen onmisbare steutelteksten.
Y. van Kempen Boeken
