Le Petit Nicolas voyage
- 132bladzijden
- 5 uur lezen
Une collection proposant des aventures inedites du Petit Nicolas, cet ecolier malicieux et turbulent dont les betises et pitreries exasperent toujours autant parents et enseignants.






Une collection proposant des aventures inedites du Petit Nicolas, cet ecolier malicieux et turbulent dont les betises et pitreries exasperent toujours autant parents et enseignants.
Un blocage en mathématiques peut rester le traumatisme d'une vie, en tout cas notre plus mauvais souvenir. La peur des maths s'installe, et nous en interdit l'accès. Anne Siety aide depuis de nombreuses années des élèves à surmonter leurs blocages; dans cet essai stimulant, écrit avec humour, elle ouvre, à la lumière de la psychanalyse, des pistes encore inexplorées. Ce livre s'adresse aux déçus des recettes miracles et des travaux forcés pendant les vacances. L'apprentissage des maths demande une maturation personnelle. Inutile de se contraindre à un travail répétitif et stérile, mieux vaut s'interroger sur ses difficultés. Les blocages expriment nos angoisses, ils traduisent une vie du corps et des émotions qui, loin de nous rendre étrangers aux mathématiques, peuvent au contraire nous en rapprocher. Travailler les maths c'est travailler sur soi. C'est aussi porter un autre regard sur notre société et notre système scolaire. Destiné aux parents, aux enseignants, et à tous ceux qui regrettent de n'y avoir "rien compris", cet essai puise dans l'expérience pédagogique, les études de cas, la littérature et la vie quotidienne, une approche des mathématiques qui n'a plus rien d'austère.
In zijn nieuwe boek vertelt Patrick Suskind, de auteur van Het parfum, een verhaal uit zijn kinderjaren. Het gaat over een raadselachtige wandelaar: mijneer Sommer. In de tijd toen ik nog in bomen klom woonde in ons dorp, op nog geen twee kilometer van ons huis, een man met de naam "mijneer Sommer". Geen mens wist hoe mijneer Sommer van zijn voornaam heette, en geen mens wist ook of mijneer Sommer een beroep had. Men wist alleen dat mevrouw Sommer een beroep uitoefende, namelijk dat van poppenmaakster. Hoewel men van de Sommers en in het bijzonder van mijneer Sommer zo goed als niets wist, kun je toch met goed recht beweren dat er in een omtrek van ten minste zestig kilometer rond het meer geen mens was, geen man, vrouw of kind- en zelfs geen hond- die mijneer Sommer niet kende, want mijneer Sommer was voortdurend onderweg. Of het nu sneeuwde of hagelde, of het nu stormde of regen met bakken uit de hemel viel,of de zon nu brandde of er een orkaan op komst was, mijneer Sommer was op pad. Mijneer Sommer loopt zwijgend, in het tempo van iemand die opgejaagd is, met zijn lege rugzak en zijn lange, eigenaardige wandelstok van dorp tot dorp, hij spookt door de omgeving en door de dagdromen en nachtmerries van een kleine jongen... Pas wanneer de kleine jongen niet meer in bomen klimt verdwijnt de geheizinnige mijneer Sommer.