
Meer over het boek
In zijn nieuwe boek vertelt Patrick Suskind, de auteur van Het parfum, een verhaal uit zijn kinderjaren. Het gaat over een raadselachtige wandelaar: mijneer Sommer. In de tijd toen ik nog in bomen klom woonde in ons dorp, op nog geen twee kilometer van ons huis, een man met de naam "mijneer Sommer". Geen mens wist hoe mijneer Sommer van zijn voornaam heette, en geen mens wist ook of mijneer Sommer een beroep had. Men wist alleen dat mevrouw Sommer een beroep uitoefende, namelijk dat van poppenmaakster. Hoewel men van de Sommers en in het bijzonder van mijneer Sommer zo goed als niets wist, kun je toch met goed recht beweren dat er in een omtrek van ten minste zestig kilometer rond het meer geen mens was, geen man, vrouw of kind- en zelfs geen hond- die mijneer Sommer niet kende, want mijneer Sommer was voortdurend onderweg. Of het nu sneeuwde of hagelde, of het nu stormde of regen met bakken uit de hemel viel,of de zon nu brandde of er een orkaan op komst was, mijneer Sommer was op pad. Mijneer Sommer loopt zwijgend, in het tempo van iemand die opgejaagd is, met zijn lege rugzak en zijn lange, eigenaardige wandelstok van dorp tot dorp, hij spookt door de omgeving en door de dagdromen en nachtmerries van een kleine jongen... Pas wanneer de kleine jongen niet meer in bomen klimt verdwijnt de geheizinnige mijneer Sommer.
Een boek kopen
Het verhaal van mijnheer Sommer, Patrick Süskind, JeanJacques Sempé, Ronald J.H. Jonkers
- Taal
- Jaar van publicatie
- 1991
- Bindwijze
- (Paperback)
Betaalmethoden
Nog niemand heeft beoordeeld.
- Titel
- Het verhaal van mijnheer Sommer
- Taal
- Nederlands
- Uitgever
- Bert Bakker
- Jaar van publicatie
- 1991
- Formaat
- Paperback
- Aantal pagina's
- 123
- ISBN10
- 9035111443
- ISBN13
- 9789035111448
- Reeks
- Aantekening
- In zijn nieuwe boek vertelt Patrick Suskind, de auteur van Het parfum, een verhaal uit zijn kinderjaren. Het gaat over een raadselachtige wandelaar: mijneer Sommer. In de tijd toen ik nog in bomen klom woonde in ons dorp, op nog geen twee kilometer van ons huis, een man met de naam "mijneer Sommer". Geen mens wist hoe mijneer Sommer van zijn voornaam heette, en geen mens wist ook of mijneer Sommer een beroep had. Men wist alleen dat mevrouw Sommer een beroep uitoefende, namelijk dat van poppenmaakster. Hoewel men van de Sommers en in het bijzonder van mijneer Sommer zo goed als niets wist, kun je toch met goed recht beweren dat er in een omtrek van ten minste zestig kilometer rond het meer geen mens was, geen man, vrouw of kind- en zelfs geen hond- die mijneer Sommer niet kende, want mijneer Sommer was voortdurend onderweg. Of het nu sneeuwde of hagelde, of het nu stormde of regen met bakken uit de hemel viel,of de zon nu brandde of er een orkaan op komst was, mijneer Sommer was op pad. Mijneer Sommer loopt zwijgend, in het tempo van iemand die opgejaagd is, met zijn lege rugzak en zijn lange, eigenaardige wandelstok van dorp tot dorp, hij spookt door de omgeving en door de dagdromen en nachtmerries van een kleine jongen... Pas wanneer de kleine jongen niet meer in bomen klimt verdwijnt de geheizinnige mijneer Sommer.