György Konrád was een Hongaarse romanschrijver en essayist. Zijn werken verkennen vaak thema's als identiteit, schuld en sociale onderdrukking, geplaatst tegen de achtergrond van historische en politieke gebeurtenissen. Konráds stijl staat bekend om zijn intellectuele diepgang en scherpe observatie van de menselijke psyche en sociale structuren. Zijn schrijven biedt lezers een kritisch perspectief op de moderne samenleving en haar complexe uitdagingen.
In Slingerbeweging beschouwt György Konrád de invloed van de Hongaarse geschiedenis op de loop van zijn eigen leven; de Duitse bezetting van 1944, de opstand van 1956, toen Hongarije zich probeerde te ontworstelen aan de Russische overheersing en de politieke omwenteling van 1989. In boeiende passages analyseert hij zijn herinneringen, waarbij hij eveneens luchtiger onderwerpen aanroert, zoals de vele reizen die hij maakte, het dagelijks leven in Boedapest en zijn liefde voor de literatuur. Met Slingerbeweging keert Konrád terug naar de jaren van onderdrukking en vrijheid.
Een ambtenaar van de sociale dienst vertelt in De bezoeker over zijn dagelijkse confrontatie met het menselijk falen, met de "bedrijfsongelukken" van de samenleving. Vol walging over zijn jarenlange routinearbeid en murw gemaakt door zijn eigen onmacht om iets wezenlijks voor zijn cliënten te doen, registreert hij zijn omgeving met een schrikwekkende nuchterheid. Op een dag blijken zijn afweermechanismen verslapt en terwijl hij bezig is met een routinegeval - een geestelijk en lichamelijk achtergebleven kind, waarvan de ouders zelfmoord hebben gepleegd ophalen om in een tehuis te plaatsen - laat hij zich wegzakken in het moeras waarvoor hij jarenlang de zorg heeft gehad...
In Tuinfeest trekt, tegen het decor van de geschiedenis van Hongarije en de Hongaarse joden, een stoet van levende maar vooral ook dode verwanten en bekenden, tegenstanders en naamloze passanten aan het geestesoog van de ik-figuur voorbij. Tragische gebeurtenissen worden afgewisseld met vrolijkheid en inkeer, humor en geluk. De doortocht van zijn familie door bezetting, deportatie en terreur is gruwelijk en ontroerend. Zijn betrekkingen met vrouwen geven aanleiding tot sterke erotische passages. Temidden van dit feestgedruis van geesten wordt hij geconfronteerd met zijn eigen afstandelijkheid en met de actieve politieke betrokkenheid van zijn alter ego, de hartsvriend uit zijn jeugd die tenslotte naar het Westen emigreert. De ik-figuur heeft zich minder gehecht, maar is wel gebleven.
De geschiedenis van vier schoolkameraden, die als intellectuelen ieder hun eigen weg gaan in het naoorlogse socialistische Hongarije. Oppervlakkig gezien laat Konrád een tamelijk conventionele driehoeksverhouding zien: Melinda, moeder van twee kinderen, is getrouwd met Antal Tombor en met een ander van het drietal, Janos Dragornán, gelieerd. Maar Melinda en Dragomán is, alle erotiek ten spijt, geen liefdesroman: de hoofdpersonen hebben meer op hun lever.
První část, Odjezd a návrat, popisuje autorovo dětské dobrodružství. Poté co gestapo zatklo jeho rodiče, podařilo se mu podplatit maloměstské úřady, a tak mu četníci den před transportem do ghetta a do Osvětimi povolili odjet ze svého tehdejšího bydliště vlakem k příbuzným do Budapešti, kde se při troše štěstí mohl vyhnout okamžité smrti. Příběh jednoho roku, ve kterém dospěl, je zakončen sladkobolně ironickými návraty. V druhé části, Nahoře pod zatmělým sluncem, autor píše o elementárním zážitku, který pro něj znamenal rozchod s dětstvím a vstup do světa dospělých, o revolučním roce 1956, životě disidentů, o svých láskách, přátelích a rodině, o tom, jak prožíval pád komunismu, o letech strávených v Berlíně a radostech stáří. Všechny tyto vzpomínky György Konrád formuluje se svou typickou otevřeností a bezprostředností.
Wer ist Kalligaro? Ein Flaneur, ein Betrachter, ein Liebhaber seiner Stadt Budapest, ein Freund bestimmter Cafés und des Kognaks, ein Mann der Frauen. Ein sonderbares, zwiespältiges Individuum, sowohl in der Provinz als auch in der Großstadt beheimatet; ein Eremit und ein Erleidender historischer Verläufe. Er hat Krieg, Judenverfolgung, Diktatur und Reformdiktatur erlebt und die Wende zur Demokratie hinter sich gebracht. Gleichzeitig ist er ein Handelnder: Dissident, Stadtplaner, Politiker, Dichter, Wortführer und Präsident verschiedener Akademien; ein Reisender zwischen New York, Berlin und Ky? to. Kalligaro spiegelt György Konráds Lebensweg wider, jedoch in einer fragmentierten Form. Die Lebensgeschichte entfaltet sich in über 200 kurzen Erzählungen, Beobachtungen und Reflexionen und präsentiert sich als mosaikartige Autobiographie, künstlerischer Selbstversuch und Schatz an Aphorismen. Es ist ein Vademecum der stoischen Lebenskunst, eine Zeitreise zwischen Gestern und Morgen, ein Geschichts- und Geschichtenbuch des 20. Jahrhunderts, ein Buch der Epiphanien und eine musikalische Komposition. Ein Reflexionsepos in der europäischen Tradition von Rousseau, Rilke, Valéry, Pessoa und Benn. Vor allem jedoch ist es ein Buch des Lebens.