De knal in het heelal
- 287bladzijden
- 11 uur lezen
De vader van Annie doet onderzoek naar het ontstaan van het heelal. Een groep duistere wetenschappers probeert zijn onderzoek te saboteren. Vanaf ca. 10 jaar.






De vader van Annie doet onderzoek naar het ontstaan van het heelal. Een groep duistere wetenschappers probeert zijn onderzoek te saboteren. Vanaf ca. 10 jaar.
De hand van de meesterdief is het slot van de sprookjesachtige trilogie over twee jongens die beiden een bizar talent hebben: de een is een grote opschepper en de ander is de beste dief ter wereld. Allebei worden ze rijk en machtig; de opschepper als baron en de ander als meesterdief. In dit laatste deel kruisen hun wegen opnieuw.
Goos heeft gelezen over de sfinx van Shakaba. Dit beeldje zou van Dummie weer een echte jongen kunnen maken. Maar waar is het? Vanaf ca. 8 jaar
Met een juichkreet sprong Dummie uit de auto, rende naar de piramide en begon te klimmen. 'Hé, mag dat wel?' riep Klaas. 'Dúmmie!' Dummie draaide zich om, stak zijn handen in de lucht en schreeuwde het uit. 'Maashi! Ik ben er! Mijn land! Mijn land is er nog! Ik ben terug! Ghoera!' Als een dolleman sprong hij van de ene steen op de andere. 'Ghoera! Darwishi Ur-Atum Msamaki Minkabh Ishaq Eboni is terug!' Dummie is dolblij. Na een spannende reis is hij terug in Egypte om samen met Goos en Klaas het graf van zijn vader, farao Achnetoet, te zoeken. Vol goede moed gaan ze op pad. Maar Egypte is na vierduizend jaar helemaal veranderd en het graf van Achnetoet is nergens te vinden. Dan gebeurt er iets verschrikkelijks en plotseling zijn Goos en Dummie in groot gevaar...
Annies vader Eric is wetenschapper. Hij doet onderzoek naar leven op Mars en stuurt een speciale robot de ruimte in. Annies beste vriend George vindt het allemaal reuzespannend. Maar de robot reageert erg raar: hij stuurt vreemde boodschappen terug naar aarde. Probeert een buitenaards wezen soms contact te maken? Is er dan toch leven in het heelal? Annie en George willen hier meer van weten en vliegen met behulp van Erics superslimme computer Kosmos de ruimte in. Maar hoe vind je iemand in het grote heelal? En wat moet je eigenlijk tegen een buitenaards wezen zeggen?
Na de verhalen van astronoom Niklas zijn Dummie en Goos in de ban van sterrenkunde. Ze gaan naar Oostenrijk, waar Dummie via een sterrenkijker hoog op een berg in contact hoopt te komen met zijn vader. Maar dan raken ze verzeild in een sneeuwstorm.
Ursula wil een moderne heks zijn. Daarom besluit ze haar toverspreuken op de computer te zetten. Dat kan ze niet zelf, maar Karel, die bij een computerwinkel werkt, ziet deze klus wel zitten. Helaas, als Ursula haar gloednieuwe apparaat thuis opstart, zegt hij alleen maar error-error-biep-biep. Tot overmaat van ramp blijken zowel Karel als het toverboek van de aardbodem verdwenen te zijn Ursula is wanhopig, want een toverboek in verkeerde handen is levensgevaarlijk. Karel moet zo snel mogelijk gevonden worden. Gelukkig krijgt ze hulp van Lot. Ze ontdekken dat Karel vertrokken is naar een tropisch eiland. Lot en Ursula besluiten hem achterna te gaan. Hoe? Op de stofzuiger natuurlijk!
Denk je dat het leuk is om een steen te hebben waarmee je kunt toveren? Denk je dat nou heus? Dan moet je dit boek maar eens lezen. Dat gaat namelijk over zo'n steen. (En over twee tweelingbroers, die rampen een verschrikkelijke tante en een enge dwerg.) Maar wees als je het uit hebt, denk je heel anders over stenen. En dan neem je nooit meer iets aan van vreemde mensen. Nog geen zandkorrel. Echt niet.
Dummie, Goos en zijn vader Klaas zijn in New York. Ze mogen zelfs meespelen met een honkbaljeugdteam. Maar als Dummie hun mascotte kwijtraakt, gaat plotseling alles verkeerd. Voorlezen vanaf ca. 8 jaar, zelf lezen vanaf ca. 9 jaar.
Stel je voor. Je heet Goos Guts, je bent doodnormaal en je woont in het saaiste dorp van de wereld. Op een dag loop je je slaapkamer binnen, je ruikt iets vies, kijkt rond, en je ziet ineens een mummie in je bed. Wat doe je dan? Ja, je schrikt je een ongeluk, natuurlijk. En dan doe je je ogen dicht, je telt tot tien en dan is hij weer weg.Maar stel je nou eens voor, hè, dat die mummie daar na die tien tellen nog steeds ligt… En na twintig tellen ook… ! Wat doe je dan?Goos pakte het pincet uit de verbandtrommel en zijn vader pakte het laatste strookje ermee vast. ‘'Oké, daar gaan we,'’ zei hij. ‘Misschien valt het mee.’ Toen tilde Klaas het laatste flapje op. Het viel niet mee. Ze schrokken zich zelfs het apezuur. '‘Plofzak Drollemans, die krijgt later nooit verkering,'’ fluisterde Klaas.'‘Ontzettend,'’ griezelde Goos.