Published in 1968 "Belle du Seigneur" is the longest love story in French literature. At one level it is a hiliarious mock-epic concerning the mental world of the cuckold in the affair - a minor bureaucrat in the United Nations.
Een grootmoeder vertelt haar kleinzoon tijdens de Russische winters prachtige verhalen over Frankrijk. Eenmaal volwassen emigreert hij naar het land van zijn dromen. Daar begint hij te schrijven over herinneringen en de werkelijkheid.
1949. Josef Mengele, de marteldokter van Auschwitz, arriveert na zijn vlucht in Argentinië. Zich verschuilend achter pseudoniemen, beschermd door netwerken en het geld van zijn familie, en ondersteund door een gemeenschap in Buenos Aires die nog steeds droomt van het Vierde Rijk, gelooft de voormalig folteraar dat hij een nieuw leven kan beginnen. Duitsland heeft het druk met de wederopbouw, het Argentinië van Perón is welwillend. Maar al snel wordt de jacht op voortvluchtige nazi-kopstukken weer geopend. Vanaf dat moment zal Mengele geen moment rust meer hebben, maar ondanks een klopjacht van dertig jaar sterft hij in 1979 onder mysterieuze omstandigheden in Zuid-Amerika maar nog steeds in vrijheid. Deze krachtige roman is het resultaat van Olivier Guez’ diepgravend onderzoek naar wat waarschijnlijk de meest geheimzinnige man uit het Derde Rijk is geweest en reconstrueert op boeiende wijze de mythe achter de ‘Engel des doods’.
Félix Ferrer, een vijftigjarige galeriehouder, moet het na een hartaanval rustiger aan doen. Eenmaal hersteld gaat hij op seksueel en commercieel avontuur uit. Hij verlaat zijn vrouw, die hem ‘op de zenuwen werkt’. En omdat de handel in hedendaagse kunst de dood in de pot is, besluit hij zich te specialiseren in eskimokunst. Een kunstschat voert hem naar de Noordpool. Terug in Frankrijk wordt zijn ‘goudmijn’ hem ontstolen, weigert zijn bank hem een nieuwe lening en krijgt hij opnieuw een hartinfarct. Aan zijn ziekbed ontmoet hij de vrouw van zijn dromen. Maar het zit Ferrer niet mee. Op het cruciale moment zegt ze wat meer ‘bedenktijd’ nodig te hebben.
En el año 1914, cuatro jóvenes de un pueblo de la Vandea, en el oeste de Francia, llamados Anthime, Arcenel, Bossis y Padioleau son reclutados para formar parte de las filas francesas que lucharán contra Alemania y sus aliados. Cada uno de ellos tendrá una suerte distinta. El infierno dantesco de las trincheras provocará despertará en uno de ellos la idea de desertar, otro será herido y se librará de tan desproporcionado calvario y así, de diferentes formas, todos verán que esa irrupción truncará para siempre sus existencias en ese gran horror dónde carne y metal se fusionan en una pesadilla horripilante.