Het hermetisch zwart
- 323bladzijden
- 12 uur lezen
In de overgangstijd tussen Middeleeuwen en Renaissance spelende roman over de geestelijke vrijwording van de mens, belichaamd in een Vlaamse chirurgijn en filosoof met moderne denkbeelden.






In de overgangstijd tussen Middeleeuwen en Renaissance spelende roman over de geestelijke vrijwording van de mens, belichaamd in een Vlaamse chirurgijn en filosoof met moderne denkbeelden.
De zin en tegenzin van het leven en de verbondenheid met de wortels der mensheid, die de hoofdpersoon door velerlei symbolen heen ervaart, leiden tot diens vereenzelviging met de mythische Erlkönig.
Het is de laatste week van november 1327 in een welvarende abdij in het noorden van Italië. Broeder William van Baskerville, een geleerde franciscaner monnik uit Engeland, komt als speciaal gezant van de keizer met een delicate diplomatieke opdracht naar Italië. Hij moet een ontmoeting organiseren tussen de van ketterij verdachte franciscanen en afgevaardigden van de paus. Al spoedig ontwikkelt zijn verblijf in de abdij zich echter tot een tijd vol apocalyptische verschrikkingen: zeven dagen en nachten zijn William en zijn metgezel Adson getuige van de wonderbaarlijkste en voor een abdij hoogst zonderlinge gebeurtenissen. Er worden zeven geheimzinnige misdaden gepleegd, die de muren van de ontoegankelijke, labyrintvormige bibliotheek met bloed besmeuren. Angstige geruchten gaan door de abdij; niet alleen de abt heeft iets te verbergen, overal worden sporen uitgewist. William, een voormalig inquisiteur, wordt door de onderzoekskoorts bevangen. De ontmaskering van de moordenaar gaat hem veel meer in beslag nemen dan de strijd tussen de keizer en de paus. Hij verzamelt aanwijzigingen en ontcijfert manuscripten in geheimtaal. Steeds dieper dringt hij door tot de geheimen van de abdij.
Een van de meest tot de verbeelding sprekende Romeinen uit de geschiedenis is zonder meer de tweede-eeuwse keizer Hadrianus (76-138). Hij onderscheidde zich als veldheer, maar verwierf ook grote roem met zijn bouwactiviteiten, zoals de naar hem genoemde Muur. Spraakmakend was ook zijn verhouding met de jonge Antinoos, die officieel zijn bediende maar feitelijk zijn geliefde was. Nadat Antinoos onder verdachte omstandigheden was verdronken in de Nijl, werd hij onmiddellijk door Hadrianus tot god verklaard, en werd er een stad naar hem genoemd: Antinoopolis. Het is zeker dat Hadrianus memoires heeft geschreven, maar daar is helaas niets van bewaard gebleven. Marguerite Yourcenar was zo gefascineerd door deze keizer en de tijd waarin hij leefde dat ze, puttend uit vele bronnen en haar rijke fantasie, de verloren Herinneringen van Hadrianus eeuwen later alsnog aan de wereld schonk.
Luigi Pirandello beschouwde zijn verhalen en novellen als zijn hoffdwerk. Hij schreef een aantal dichtbundels, enkele romans, en behalve nog talloze essays en kritische beschouwingen bijna 40 toneelstukken. Deze waren het vooral die hem beroemd maakten over de hele wereld. Niet minder dan 23 van de 33 avondvullende toneelstukken vinden hun oorsprong in zijn novellistisch werk, dat veel meer dan 200 verhalen bezat.In deze bundel vindt men een door Max Nord, de Nederlandse biograaf van Pirandello, gekozen en ingeleide kleine bloemlezing verhalen die tussenn 1896 en 1911, 1911 en 1918, 1920 en 1036 geschreven zijn. In twee andere delen, Het rode boekje en De pijn om zo te leven, zijn nog meer verhalen en novellen samengebracht die de Italiaanse Nobelprijswinnaar van zijn zeventiende jaar tot enkele dagen voor zijn dood is blijven schrijven.Gekozen en ingeleid door Max Nord
In Alexis openbaart een jonge aristocraat zijn vrouw in een brief zijn homoseksualiteit. In Het genadeschot vermoordt een Pruisische officier zijn geliefde omdat hij meer van haar broer houdt. Beide novelles gaan over de belangrijkste vragen die Yourcenar in haar boeken wilde beantwoorden: 'wat een mens dacht te zijn, wat hij heeft willen zijn en wat hij werkelijk was'.
Oorspr. titel: Conte bleu / Le premier soir / Maléfice. Gallimard, 1993 Met een voorwoord van Josyane Savigneau op de drie verhalen, dat 18 pagina's bevat. Drie vroege verhalen van de Franse schrijfster (1903-1987).
Een 14-jarig meisje wil in de zomer van 1944 het echte leven leren kennen, los van het nonneninternaat waar zij de rest van het jaar verblijft.