Een jonge biografe onderzoekt het verleden van de gevierde schrijfster Vida Winter; ze hoort over de geheimen van haar jeugd, over de tweeling Emmeline en Adeline en over de familie Angelfield. Al snel blijkt Vida Winters verleden omgeven door geheimen die op het punt staan onthuld te worden.
Het is negen jaar na het einde van de tweede wereldoorlog als op San Piedro, een eiland van enorme schoonheid, het dode lichaam van de schipper Carl Heine in de netten van zijn eigen vissersboot wordt aangetroffen. Verdenkingen worden als gauw beschuldigingen en men wijst een dader aan: een Japans Amerikaanse visser moet terechtstaan op de beschuldiging van een laffe, koelbloedige moord. De plaatselijke journalist die de rechtszaak verslaat, komt in aanraking met de vrouw van de verdachte, met wie hij ooit een liefdesrelatie had. Door haar wordt hij gedwongen met zijn verleden af te rekenen. De sneeuw valt tijdens hun zoektocht onverminderd door.