Literaire Juweeltjes: Paralipomena Orphica
- 61bladzijden
- 3 uur lezen
Een schrijver krijgt de schedel van een moordenaar in handen en verdiept zich in deze persoon, ondertussen gaat zijn vriendin bij hem weg.
Harry Mulisch, een vooraanstaande figuur in de Nederlandse literatuur na de oorlog, verweeft meesterlijk persoonlijke ervaringen met de grote lijnen van geschiedenis en mythe. Zijn werk behandelt regelmatig de diepgaande impact van de Tweede Wereldoorlog, een gebeurtenis die zijn leven en literaire productie onuitwisbaar heeft gevormd. Mulisch doordrenkt zijn romans, essays en toneelstukken met allusies op oude legenden en Joods mysticisme, waarbij hij de complexe kruispunten van politiek, filosofie en de menselijke conditie onderzoekt. Zijn unieke stem en diepe intellectuele inzichten resoneren wereldwijd bij lezers.






Een schrijver krijgt de schedel van een moordenaar in handen en verdiept zich in deze persoon, ondertussen gaat zijn vriendin bij hem weg.
Een Nederlandse schrijver met een levenslange fascinatie voor Hitler ontdekt onthutsende nieuwe informatie over de dictator.
Victor Werker doet onderzoek naar het geheimzinnige moment waarop dode materie overgaat in leven. De verteller in De Procedure lokt de lezer met de belofte dat die in de geheimen van dit moment zal worden ingewijd. Om deze belofte gestand te kunnen doen is een duivels spel met het goddelijke vereist, dat Victor Werker noodlottig zal worden. De Procedure speelt zich af op de grens van leven en dood. Het is een roman die op realistisch niveau 'meesleept' en tegelijk door details, verwijzingen en spiegelingen diepere lagen aanboort (op mythologisch, biografisch, literair, psychologisch en wetenschappelijk gebied). Na een gecompliceerde uitweiding over de schepping van de mens en kanttekeningen over literaire scheppingsprocessen staat er een hoofdpersoon op. Het is de biochemicus Victor Werker, potentieel Nobelprijswinnaar, die erin is geslaagd uit levenloze materie nieuw leven te doen ontstaan. Niet alleen door deze ontdekking, maar ook door spiegelingen met gebeurtenissen uit zijn persoonlijk leven wordt er getornd aan de scheidslijn tussen het levenloze en het levende. Uiteindelijk is het Victor zelf die op onverwachte manier een soort onsterfelijkheid verkrijgt. In deze hecht geconstrueerde, gecompliceerde, roman (waarin ieder detail ervan verdacht moet worden een verwijzende functie te hebben) wordt een ultieme poging ondernomen de grens tussen leven en dood te verleggen.
Fake Ploeg, een collaborerende inspecteur van de politie, berucht om zijn wreedheid, fietst tijdens spertijd door de buitenwijken van Haarlem naar huis. Door de winterse avond klinken opeens zes scherpe knallen en ligt Ploeg dood op de stoep voor een rijtje van vier huizen, waarvan er een bewoond wordt door de familie Steenwijk. De verschrikkelijke gevolgen van deze gebeurtenis zullen de dan twaalfjarige Anton Steenwijk zijn hele leven blijven achtervolgen.
De lotgevallen van een zonderling, die zich voortdurend alleen verdiept in bespiegelingen over zijn eigen leven, hetgeen leidt tot zijn ondergang.
Norman Corinth, een Amerikaanse tandarts, komt voor een congres in een Oostduitse stad. Het is geen willekeurige Amerikaan in een willekeurige stad: zij hebben iets met elkaar te maken. De stad bestaat niet meer. Corinth was in de oorlog. Hij bestaat nauwelijks. Zijn pogingen om de draad te vinden van hij weet niet welk verhaal, vormen de inhoud van deze roman, waarvan de achtergrond gevormd wordt door een der vreemdste landen die ooit in de wereldgeschiedenis hebben bestaan. Maar voor Corinth heeft deze actualiteit minder werkelijkheid dan het verleden, waarnaar hij op zoek is. "Ik ben een onder Agamemnon gesneuvelde griek, die nog leeft", zegt hij tot de 'Oostduitse' Hella, met wie hij een kortstondige verhouding heeft. Hierdoor, en door zijn ontmoeting met de 'Westduitser' Schneiderhahn, neemt het drama van zijn verwoeste leven twee dagen vorm aan.
'Als je je altijd een dochter voelt, is er maar één manier om van je moeder af te komen, en dat is door zelf moeder te worden.' In 1975 verraste Harry Mulisch zijn publiek met een ogenschijnlijk traditioneel vertelde roman over de liefde tussen een gescheiden kunsthistorica en een jong meisje. Maar Twee vrouwen vertoont ook parallellen met de Oedipus- en Orpheus-mythen en loopt af als een klassiek noodlotsdrama.
Twee engelen onthullen een ingenieuze manipulatie met de historie en met genetisch materiaal.
De verhouding tussen een intelligente gescheiden vrouw en een jong eigenzinnig meisje wordt op rampzalige wijze verbroken door toedoen van de jaloerse ex-echtgenoot.