Duizend kraanvogels (1951) - een begrip dat in Japan tot symbool van geluk en zuiverheid is geworden - is een liefdesroman waarin twee families verwikkeld zijn: de vader en de zoon van de ene en de moeder en de dochter van de andere. Als een boze, onreine geest spookt de schuld om de geliefden, die gestalte lijkt te hebben gekregen in de verzuurde lerares van de theeceremonie.
Schildering van de liefdesverhouding tussen een geisha met haar ongecompliceerde levensinstelling en een tot diepere menselijke gevoelens onmachtige intellectuele estheet.
De bundel bevat dertien verhalen van de Japanse grootmeester Yasunari Kawabata, variërend van het dagboekfragment van een schooljongen tot de hallucinerende novelle "De arm". Deze voor het eerst vertaalde verhalen beslaan vijftig jaar van Kawabata's literaire carrière en zijn representatief voor zijn werk, dat de essentie van de Japanse geest weergeeft, zoals de Zweedse Academie het formuleerde bij de Nobelprijs in 1968. Geboren in 1899, schreef Kawabata honderden verhalen, van korte schetsen tot lange novelles. Zijn vertelkunst is geworteld in een lange traditie, waaronder de intrigerende "Vertellingen van de Middelste Staatsraad bij de dijk", die tot de oudste ter wereld behoren. In Kawabata's wereld ontbreken vaak grote dramatische momenten; hij kiest voor een zelfgekozen beperking. In de alledaagse dingen, zoals de nagels in de ochtend of een bloesemtak in het licht van autolampen, ligt de essentie van zijn verhalen. Ondanks de verschillen ademen ze eenzelfde geest: de seizoenen, de natuur en het 'inbegrip' van alle dingen, zoals verwoord door de priester Dōgen. Dr. C. Ouwehand, een van de weinige Nederlandse kenners van de Japanse literatuur, vertaalde eerder Kawabata's romans "Sneeuwland" en "De schone slaapsters".