Willem Frederik Hermans is een van de grootste Nederlandse auteurs uit de naoorlogse periode, bekend om zijn polemische en provocerende stijl. Centraal in zijn filosofie staat de overtuiging dat individuen hun eigen realiteit moeten creëren om te overleven, een proces dat onvermijdelijk leidt tot botsende ervaringen. Hermans beschouwde taal als een essentieel instrument om orde te scheppen uit chaos, een thema dat hij diepgaand onderzocht in zijn essays. Zijn romans plaatsen personages vaak in werelden die voor henzelf zeker zijn, maar voor de lezer ambigu, wat binnen deze spanning narratieve intrige genereert.
De zoon van een naar Frankrijk geëmigreerde Nederlandse boer en een Franse vrouw komt na zijn studie filosofie niet aan de slag en verdient daarom de kost als klokkenopwinder in een leegstaand paleis.
Twee van de belangrijkste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw, Willem Frederik Hermans en Gerard Reve, wisselden in de jaren veertig en vijftig openhartige brieven uit. Hun correspondentie weerspiegelt hun groeiende literaire zelfvertrouwen, gevoelens van miskenning en een sterke afkeer van het artistieke klimaat in het naoorlogse Nederland. Beide auteurs waardeerden elkaars werk en ontwikkelden zelfs plannen voor een gezamenlijke roman. Echter, in 1959 leidde een abrupte breuk tot een definitief einde van hun samenwerking. Hermans' woorden over de provinciale mentaliteit en de verantwoordelijkheid van schrijvers voor hun personages, samen met Reve's reflecties op de zinloosheid van zijn schrijven, geven inzicht in hun geestelijke strijd en artistieke overtuigingen. Hun brieven vormen een uniek literair document dat het gezicht van de Nederlandse literatuur heeft bepaald. Dit werk is becommentarieerd en ingeleid door Hermans-biograaf Willem Otterspeer en Reve-biograaf Nop Maas, wat een extra laag van context en begrip toevoegt aan hun correspondentie.
Uit rancune over eigen mislukking en uit een sterk gevoel van minderwaardigheid verzet een uit Indonesië gerepatrieerd soldaat zich tegen de kleinburgelijke mentaliteit in Nederland.
Nooit meer slapen is het meesterlijke verhaal van de jonge geoloog Alfred Issendorf, die in het moerassige noorden van Noorwegen onderzoek wil verrichten om de hypothese van zijn leermeester en promotor Sibbelee te staven. Issendorf is ambitieus: hij hoopt dat hem op deze reis iets groots te wachten staat, dat zijn naam aan een belangrijk wetenschappelijk feit zal worden verbonden. Deze ambitie hangt samen met het verlangen het werk van zijn vader, die door een ongeluk tijdens een onderzoekstocht om het leven kwam, te voltooien. Nooit meer slapen is een grootse roman over grote dromen.
An alternate cover for this isbn can be found here. De donkere kamer van Damokles vertelt het verhaal van Henri Osewoudt, sigarenhandelaar te Voorschoten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontmoet hij de verzetsman Dorbeck, die sprekend op hem lijkt op één ding na, dat hij zwart haar heeft terwijl Osewoudt blond is, en die hem opdrachten geeft die hij gewillig uitvoert. Na de bezetting lijkt alles zich tegen hem te keren en wordt hij gekwalificeerd als fantast en landverrader. Hij tracht wanhopig het tegendeel te bewijzen.