Nootebooms werk is een diepgaande verkenning van het bestaan, waarin vaak thema's als geheugen, tijd en identiteit worden onderzocht. Zijn proza kenmerkt zich door een lyrische kwaliteit en filosofische diepgang, die de lezer uitnodigt om na te denken over de complexiteit van de menselijke ervaring. De auteur verweeft meesterlijk de realiteit met dromen en mythologie, waardoor uniek suggestieve literaire landschappen ontstaan. Zijn schrijven dient als een uitnodiging om de voortdurend veranderende aard van de werkelijkheid en onze plaats daarin te onderzoeken.
A choice from the articles Nooteboom wrote for the dutch newspaper 'De Volkskrant' between 1961 and 1968. An introduction and was written by Arjan Peters who also made the choice.
A man of independent means oddly suited to survival amid the chaos of modern life, Inni Wintrop is a committed dabbler, content to casually wander the streets of Amsterdam, follow the dips and rises of the stock exchange and commodities market, speculate in art and love, and write a newspaper horoscope column. But his inconsistencies are interrupted when he meets two men who are the epitome of order and regulation.
In deze bundel tracht Cees Nooteboom zijn herinnering aan het werk te zetten. Hoewel de schrijver met regelmaat zegt zich niet veel te kunnen herinneren, is deze bundel het bewijs van het tegendeel. Of in ieder geval het bewijs daarvan, dat de herinnering zoals die opgeschreven is (eerder gestileerde terugblikken dan memoires) misschien mooier is dan de werkelijke feiten. Nooteboom dwaalt rond in al zijn verhalen en genres, van reisverhalen tot essays en persoonlijke herinneringen. De verfijnde stijl van Nooteboom en zijn gave om hier heden en verleden te verbinden levert een boek op dat tot de beste bundels van de schrijver gerekend kan worden. Aan dit boek zijn toegevoegd een aantal ogenschijnlijk simpele, maar wonderwel passende tekeningen van Jan Vanriet.
De koning van Suriname bevat een selectie van de vroege reisverhalen van Cees Nooteboom. Ze zijn geschreven in de jaren vijftig toen hij aanmonsterde op een vrachtschip met als bestemming Zuid-Amerika, waarvandaan hij stukken schreef voor Elseviers weekblad. In deze unieke verhalenbundel beschrijft Cees Nooteboom onder andere de stierengevechten in Spanje, het eiland Trinidad, zijn boottocht door het Surinaamse oerwoud, het nachtleven van Lissabon en de vervreemdende werking van de woestijn.
Van het reisverhaal heeft Nooteboom al jaren een literair genre op zich gemaakt, maar in Voorbije passages heeft hij zijn actieradius nog verder uitgebreid. Niet in de verte (hij was al overal geweest), maar in de diepte. Tiepolo in Würzburg, Hokusai in Parijs, Fellini en Casanova in Rome, kloosters in Navarra, tempelruïnes in Thailand.Voorbije passages zijn het allemaal, mijmeringen van een voorbijganger, beschouwingen gelardeerd met een verrassend en acuut opmerkingsvermogen. De lezer volgt de schrijver door het oerwoud van Borneo, bij Parijse herinneringen, bij zijn vergelijking tussen Hopper en Vermeer in New York en Amsterdam. Het boek sluit met een bezoek aan Macao, de vergeten Portugese kolonie aan de kust van China. Dit laatste verhaal is tegelijkertijd een hommage aan een andere rusteloze reiziger, Slauerhoff.
Cees Nooteboom is best known in the English-speaking world for his acclaimed novels, essays, and travel writing; however, Nooteboom has always seen himself first and foremost as a poet. He has said, “without poetry my life would be unthinkable.”Light Everywhere is a collection of poems, selected by Nooteboom himself from more than a dozen Dutch books. The poems are presented in reverse chronological order, reflecting the poet’s contemporary perspective on the productivity of more than half a century. The anthology covers his poetic output up to 2013, with an emphasis on his more recent work. New translations of older poems are crafted by award-winning translator David Colmer, lending consistent voice to the whole collection. When Nooteboom began writing poetry in the Netherlands in 1956, he was considered an outcast for not abiding by the conventional experimental style popular at the time. Instead he took to learning from poets abroad, translating work by Wallace Stevens, Eugenio Montale, and Pablo Neruda. Nooteboom’s work is lucid and mysterious, evocative and elusive, and it is fitting that the collection begins and ends with poems of travel, moving back in time from an elderly man’s entanglement and resignation to the detachment and harsh light of youth, with everything in between.
'Catalonië, Monasterio Santes Creus, voor de zoveelste keer heb ik mij van de geplande weg af laten dringen vanwege een naam, een woord. Ik was toch van plan naar het klooster van Veruela te rijden, waar ik ooit, ruim tien jaar geleden, deze omzwervingen ben begonnen? Naar Santiago wilde ik gaan, maar de wegen splitsten zich als touw, de jaren stapelden zich op, ik raakte steeds verder van mijn doel af, steeds verder verwikkeld in een Spanje dat veranderde en een landschap dat niet veranderde.' De omweg naar Santiago is de neerslag van alle omzwervingen van Cees Nooteboom in Spanje. Hij doorkruist herhaalde malen het hele land en verdiept zich uitgebreid in de geschiedenis, kunst en literatuur. 'De omweg naar Santiago' is daarmee een onmisbaar boek geworden voor iedereen die door Spanje reist, zich op de reis voorbereidt of nog eens wil nagenieten.