Angst
- 346bladzijden
- 13 uur lezen
In 1937 bereikt Stalins schrikbewind een hoogtepunt, met miljoenen vermeende ‘vijanden van het volk’ die verdwijnen in Siberische kampen of worden geëxecuteerd. Deze ondergang sleurt familie, vrienden en ondergeschikten mee, terwijl de partij, bureaucratie, jeugdbeweging en fabrieken worden gezuiverd. Stalin, bijgestaan door zijn NKVD-chef Jezjov, richt zijn aandacht ook op het Rode Leger. Terwijl de oorlog met Duitsland steeds onvermijdelijker wordt, laat hij de helft van het officierskorps liquideren of deporteren, zogenaamd om de socialistische orde te verdedigen tegen een samenzwering van saboteurs en spionnen. Dit rampjaar markeert het begin van de roman, waarin de terugkeer van Sasja Pankratov uit ballingschap wordt beschreven. Hij komt terug in een samenleving die door angst is verstikt, waar menselijke verhoudingen totaal ontwricht zijn. De oude vriendenkring is uiteengevallen en iedereen probeert te overleven met de middelen die voorhanden zijn. De huiveringwekkende paranoia van Stalin en de methoden van de NKVD om terreur te handhaven worden blootgelegd, evenals de impact van deze angst op het leven van individuen. De roman schetst een beklemmend beeld van een land dat in de greep van wanhoop en verraad verkeert, met de wanhopige pogingen van enkelen om zich aan deze spiraal te onttrekken.




























