Bookbot

Els Pelgrom

    2 april 1934
    De eikelvreters
    Mijn flamencojurk
    De koe die van het leven hield
    De straat waar niets gebeurt
    De jonge lijsters: De eikelvreters
    Kleine Sofie en Lange Wapper
    • Kleine Sofie en Lange Wapper

      • 88bladzijden
      • 4 uur lezen

      Kleine Sofie wil graag alles weten van wat er op de wereld en daar buiten is. Maar omdat ze ziek is, ligt ze al heel lang in haar bed. Op een avond wordt er in Sofies poppentheatertje een toneelstuk opgevoerd. Meneer Beertje speelt daar een belangrijke rol in, en de kater Terror en de lappenpop Lange Wapper, en warempel Sofie zelf ook. Ze beleven de spannendste avonturen, heel gelukkige maar ook heel verschrikkelijke. Zou het trouwens nog wel toneel zijn? Sofie is druk bezig met leven... Als het is afgelopen, is Sofie gelukkig en tevreden, want dan weet ze wat er in het leven allemaal te koop is. Zoveel, zoveel!

      Kleine Sofie en Lange Wapper
      3,8
    • De jonge lijsters: De eikelvreters

      • 191bladzijden
      • 7 uur lezen

      Curro vertelt hoe hij eind jaren veertig in Andalusie opgroeide. Het was een hard leven van hongerlijden en werken, maar toch kon hij met heel weinig gelukkig zijn.

      De jonge lijsters: De eikelvreters
      3,4
    • De straat waar niets gebeurt

      • 120bladzijden
      • 5 uur lezen

      Andreas vindt dat hij een saai leven heeft. Maar dat verandert als hij ontdekt dat zijn verzonnen verhaal werkelijkheid wordt.

      De straat waar niets gebeurt
    • De koe die van het leven hield

      • 119bladzijden
      • 5 uur lezen

      In dit boek vertelt Els Pelgrom over een zigeunermeisje uit Granada, dat o zo graag een echte flamencojurk wil hebben. Dat heeft Els van dichtbij meegemaakt. Ze woont er immers in de buurt. Ze vertelt ook over een griezelige logeerpartij op een kasteel in de Balkan, een verhaal waardoor je warempel in het bestaan van vampiers zou gaan geloven. Erg oude gebouwen hebben vaak een bonte mengeling van mensen en gebeurtenissen meegemaakt: ze hebben een veel beloven leven achter zich. Zo'n oud gebouw, in dit geval een watermolen, vertelt aan een schrijfster als Els Pelgrom maar eigenlijk aan iedereen die daar de juiste antennes voor heeft, een hele reeks verhalen. Een oude vrouw die alleen in een prachtige gerestaureerde herenboerderij woont, helemaal in haar eentje ergens buiten, en die met de reigers en de vissen praat, daar moet ook een hele geschiedenis achter zitten.

      De koe die van het leven hield
    • De eikelvreters

      • 206bladzijden
      • 8 uur lezen

      Curro vertelt hoe hij eind jaren veertig in Andalusië opgroeide. Het was een hard leven van hongerlijden en werken, maar toch kon hij met heel weinig gelukkig zijn.

      De eikelvreters
    • Die Kinder vom Achten Wald

      • 233bladzijden
      • 9 uur lezen

      Das Buch erzählt von einem Vater, der mit seiner 12-jährigen Tochter Nootje, als England die Schlacht um Arnheim verloren hat, auf den Bauernhof, Klaphet flieht. Dort werden sie von der Familie Evering aufgenommen. Auf Klaphet sind auch andere Flüchtlinge. Oft kommen Leute, die um Essen bitten, weil sie selber nichts mehr haben. In einem Wald nahe Klaphet lebt eine jüdische Familie versteckt in einer Höhle. Die Familie Evering versorgt sie regelmäßig mit Essen. Als die jüdische Frau ihr drittes Kind bekommt, ist Nootje dabei. Ein paar Tage später kommt Frau Evering dann mit Sahra, dem dritten Kind der Jüdischen Familie, auf Klaphet. Das kleine Kind hat Hunger, weil die Mutter nicht genug Milch hat. Sahra weint und schreit so laut, dass die Eltern Angst haben Sahra könnte sie verraten. Als sie ihnen dann am nächsten Tag Essen bringen will, ist die jüdische Familie verschwunden.

      Die Kinder vom Achten Wald
      3,7
    • Im Holland vor hundert Jahren kämpft die elfjährige Fine, deren Vater verletzt ist, um das Überleben ihrer Familie. Sie muss als Dienstmädchen in der Stadt arbeiten, hat jedoch Schwierigkeiten, sich in den wohlhabenden Haushalt einzuordnen. Ihr offenes Wesen führt zu Konflikten mit der ungerechten Behandlung der Dienstboten.

      Umsonst geht nur die Sonne auf
      3,5