
Meer over het boek
Waarom komen vrouwen zo weinig voor in de Vaderlandse Herinnering? Zijn ze vergeten of hebben ze geen geschiedenis? De marginalisering van vrouwen in de geschiedschrijving is deels te wijten aan de verwetenschappelijking van de geschiedbeoefening in de negentiende eeuw, toen vrouwen geen toegang hadden tot universiteiten. Mannelijke historici, die zich na 1890 als professionals presenteerden, bepaalden het onderzoek en de discipline-eisen. Het profiel van de beroepshistoricus werd een onpartijdige, professioneel opgeleide, mannelijke auteur, terwijl 'de vrouw' werd gezien als de tegenpool van de rationele wetenschapper. Ondanks deze marginalisering wisten vrouwen zich in de geschiedwetenschap te manifesteren; in de eerste helft van de twintigste eeuw promoveerden meer dan 80 historicae. De eerste feministische golf had ook een eigen benadering van het verleden, met geschiedschrijving en historische exposities. In haar boek over Johanna Naber schetst Maria Grever de strijd tegen deze stilte. Grever vergelijkt Nabers werk met dat van prominente historici en analyseert haar rol in de historische productie van de feministische beweging. Naber streed voor de erkenning van vrouwen in de geschiedenis en plaatste hen centraal in haar verhalen, wat inzicht biedt in de opvattingen over vrouwen in de geschiedwetenschap van die tijd.
Een boek kopen
Strijd tegen de stilte, Ina Maria Greverus
- Taal
- Jaar van publicatie
- 1994
- Bindwijze
- (Paperback)
Betaalmethoden
Nog niemand heeft beoordeeld.
- Titel
- Strijd tegen de stilte
- Ondertitel
- Johanna Naber (1859-1941) en de vrouwenstem in geschiedenis
- Taal
- Nederlands
- Auteurs
- Ina Maria Greverus
- Uitgever
- Verloren
- Jaar van publicatie
- 1994
- Formaat
- Paperback
- Aantal pagina's
- 427
- ISBN10
- 9065503951
- ISBN13
- 9789065503954
- Reeks
- Tags
- Historisch thema
- Aantekening
- Waarom komen vrouwen zo weinig voor in de Vaderlandse Herinnering? Zijn ze vergeten of hebben ze geen geschiedenis? De marginalisering van vrouwen in de geschiedschrijving is deels te wijten aan de verwetenschappelijking van de geschiedbeoefening in de negentiende eeuw, toen vrouwen geen toegang hadden tot universiteiten. Mannelijke historici, die zich na 1890 als professionals presenteerden, bepaalden het onderzoek en de discipline-eisen. Het profiel van de beroepshistoricus werd een onpartijdige, professioneel opgeleide, mannelijke auteur, terwijl 'de vrouw' werd gezien als de tegenpool van de rationele wetenschapper. Ondanks deze marginalisering wisten vrouwen zich in de geschiedwetenschap te manifesteren; in de eerste helft van de twintigste eeuw promoveerden meer dan 80 historicae. De eerste feministische golf had ook een eigen benadering van het verleden, met geschiedschrijving en historische exposities. In haar boek over Johanna Naber schetst Maria Grever de strijd tegen deze stilte. Grever vergelijkt Nabers werk met dat van prominente historici en analyseert haar rol in de historische productie van de feministische beweging. Naber streed voor de erkenning van vrouwen in de geschiedenis en plaatste hen centraal in haar verhalen, wat inzicht biedt in de opvattingen over vrouwen in de geschiedwetenschap van die tijd.