Bookbot

In naam van de werkende klasse

Hongarije 1956

Parameters

  • 302bladzijden
  • 11 uur lezen

Meer over het boek

Dit boek bevat het relaas van de Hongaarse opstand van 1956, verteld door een man die er meer bij betrokken is geweest dan wie ook, Sándor Kopácsi. Ten tijde van de opstand was hij hoofdcommissaris van politie in Boedapest. Hij had tot taak de opstand te smoren, maar behoorde weldra tot degenen die dwars gingen liggen. Kopácsi’s enthousiaste, gevoelige en vaak humoristische stijl maken zijn memoires uniek en zeer menselijk. Van metaalbewerker en verzetsstrijder wordt hij, bijna in weerwil van zichzelf, maar wel in naam van zijn idealen, kolonel en hoofdcommissaris van de politie. Hij leert dan het cynisme van de Russen kennen en ervaart hoe zij met harde hand de satelietstaten regeren. Dan komt het breekpunt: de opstand. Generaal Serov, destijds hoofd van de KGB en zijn persoonlijke vijand, had zich voorgenomen Kopácsi ‘aan de hoogste boom van Boedapest op te hangen’. Later slaagt Kopácsi erin - als een van de weinige overlevenden van het proces Nagy - uit Hongarije te vluchten. Als kroongetuige van het drama van 1956 onthult hij wat het proces inhield en wat de rol van de Russen vóór, tijdens en na de opstand was. In zijn memoires geeft Sándor Kopács de geschiedenis, die maar al te vaak verschrikkelijk onpersoonlijk is, een menselijke dimensie.

Een boek kopen

In naam van de werkende klasse, Sándor Kopácsi

Taal
Jaar van publicatie
1981
Bindwijze
(Paperback)
Zodra we het ontdekt hebben, sturen we een e-mail.

Betaalmethoden

Nog niemand heeft beoordeeld.Tarief

Titel
In naam van de werkende klasse
Ondertitel
Hongarije 1956
Taal
Nederlands
Uitgever
Het Spectrum
Jaar van publicatie
1981
Formaat
Paperback
Aantal pagina's
302
ISBN10
9027459487
ISBN13
9789027459480
Reeks
Aantekening
Dit boek bevat het relaas van de Hongaarse opstand van 1956, verteld door een man die er meer bij betrokken is geweest dan wie ook, Sándor Kopácsi. Ten tijde van de opstand was hij hoofdcommissaris van politie in Boedapest. Hij had tot taak de opstand te smoren, maar behoorde weldra tot degenen die dwars gingen liggen. Kopácsi’s enthousiaste, gevoelige en vaak humoristische stijl maken zijn memoires uniek en zeer menselijk. Van metaalbewerker en verzetsstrijder wordt hij, bijna in weerwil van zichzelf, maar wel in naam van zijn idealen, kolonel en hoofdcommissaris van de politie. Hij leert dan het cynisme van de Russen kennen en ervaart hoe zij met harde hand de satelietstaten regeren. Dan komt het breekpunt: de opstand. Generaal Serov, destijds hoofd van de KGB en zijn persoonlijke vijand, had zich voorgenomen Kopácsi ‘aan de hoogste boom van Boedapest op te hangen’. Later slaagt Kopácsi erin - als een van de weinige overlevenden van het proces Nagy - uit Hongarije te vluchten. Als kroongetuige van het drama van 1956 onthult hij wat het proces inhield en wat de rol van de Russen vóór, tijdens en na de opstand was. In zijn memoires geeft Sándor Kopács de geschiedenis, die maar al te vaak verschrikkelijk onpersoonlijk is, een menselijke dimensie.