Jenna Metcalf was with her mother the night she disappeared, but she remembers nothing. Over ten years have passed, and still Jenna reads and rereads her mother's journals, hoping to find some clue hidden there. Desperate for answers, Jenna uses all her savings to recruit the aid of a private detective - and a psychic. Jenna knows her mother loved her. She knows she would not leave her. And she will not rest until she finds the truth.
Pierre Girard Volgorde van de boeken (chronologisch)



Mille petites falaises
- 320bladzijden
- 12 uur lezen
Mason est un apprenti écrivain de trente ans qui s’est contenté jusque-là de vendre quelques articles à des journaux et qui travaille à son premier roman, le début de son chef-d’oeuvre. Chaz, son ami d’enfance, lui prête un appartement et lui trouve un job de marchand de hot-dogs dans une extravagante roulotte en forme de chapeau géant. Un client, apprenant ses ambitions littéraires, lui demande d’écrire sa lettre de futur suicidé. Grassement payé pour ce travail, Mason y voit un filon à exploiter et poste une petite annonce sur Internet, qui lui amène d’autres propositions de candidats au suicide. Il va alors nouer avec ses différents clients, qui sont tous, à des degrés divers, fracassés par la vie, des amitiés, une bouleversante histoire d’amour et, pour finir, une histoire de haine qui mettra sa vie en péril. Il se lie également avec le Dr. Francis, une psychiatre, que Mason consulte car il est lui-même en déshérence : il se débat en effet avec une consommation compulsive d’alcool et de cocaïne et donne l’impression de vivre en permanence au bord de la catastrophe. L’écriture de Shaughnessy Bishop-Stall, qui rappelle immanquablement La Conjuration des imbéciles de John Kennedy Toole, et la façon dont il conduit son récit jusqu’au spectaculaire dénouement sont à l’image de son personnage. Son roman est une voiture folle que son conducteur ramène in extremis sur la route après chaque embardée. Une voiture sans freins.
Een keukenmeidenroman
- 495bladzijden
- 18 uur lezen
In het Mississippi van de jaren 60 wordt aan zwarte vrouwen wel de opvoeding van blanke kinderen toevertrouwd, maar niet het poetsen van het tafelzilver. Drie vrouwen zijn het allesbepalende racisme meer dan zat en besluiten dat de verschillen tussen hen minder belangrijk zijn dan de overeenkomsten. Het is 1962 en de 23-jarige Eugenia, door iedereen Skeeter genoemd, besluit een carrière als schrijfster na te jagen. Naar een onderwerp hoeft ze niet ver te zoeken, als op een dag haar vriendin Hilly vertelt over haar missie in alle huizen van blanke gezinnen een apart toilet te installeren voor de zwarte hulp. Hoe meer Hilly gebrand is op deze vorm van segregatie, hoe meer Skeeter twijfelt aan de 'gewone' manier van doen. Ze begint de verhalen te verzamelen van zwarte vrouwen die als hulp in de huishouding werken. De eerste die haar verhaal aan Skeeter durft te vertellen is Aibileen. Ze heeft als hulp al zeventien blanke kinderen opgevoed, maar als haar eigen zoon Treelore verongelukt op zijn werk, kijken de blanke bazen de andere kant uit. Aibileen haalt ook haar vriendin Minny over om Skeeter in vertrouwen te nemen. Minny is al vaker ontslagen dan ze kan tellen, omdat ze haar werkgevers altijd van repliek dient.