Er stromen rivieren in de lucht
- 475bladzijden
- 17 uur lezen






In een oude villa op het Italiaanse eiland Procida woont een jongen met zijn vader. Arturo gaat niet naar school en brengt zijn dagen door in de wilde, weelderige natuur van het eiland. 's Avonds leest hij boeken over grote ontdekkingsreizen en het mysterieuze Oosten uit de bibliotheek van zijn vader. Die is zijn grote voorbeeld: groot, blond, onverschrokken - zoals de helden uit Arturo's boeken, die geheel hun eigen weg gaan.De grote afwezige in huis is de moeder van Arturo, die in het kraambed overleed en als een heilige wordt vereerd door haar zoon. Er is geen vrouw ter wereld om bij haar in de buurt kan komen. En dan keert zijn vader op een dag terug van zijn reizen met een jonge vrouw, met wie hij net blijkt te zijn getrouwd. Ze is maar twee jaar ouder dan Arturo en staat voor alles wat hij verafschuwt: stads, verwend en streng gelovig. En toch oefent ze een steeds grotere aantrekkingskracht op hem uit. Langzaam maar zeker wordt de paradijselijke microkosmos waarin Arturo leeft onttoverd.
De Amerikaanse Hedda en de Italiaanse Pietro vieren begin jaren negentig het studentenleven in een vervallen palazzo in de beruchte Spaanse wijk in Napels, die in deze roman geur en kleur krijgt in al haar vitaliteit en verval. Ze zijn straalverliefd op elkaar en houden alle twee van de stad, maar Pietro weet zich niet los te maken van de boerenfamilie waaruit hij afkomstig is en van het land dat zijn ouders met veel moeite voor hem hebben gekocht. En hij is al helemaal niet opgewassen tegen zijn moeder, die Hedda genadeloos afwijst. Een onvoorwaardelijke keuze voor Hedda is voor hem daarom onmogelijk, wat haar voor een dilemma plaatst: als Pietro er niet in slaagt uit de impasse te ontsnappen, moet ze op zoek naar een nieuw leven - maar dan zal ze Napels kwijtraken.
Marzo 1946. Su una lussuosa Aprilia con autista, Mrs. Giulia Masca fa ritorno a Borgo di Dentro: quarantasei anni prima, sola, incinta e senza soldi, aveva detto addio alle campagne piemontesi imbarcandosi su un piroscafo alla volta di New York. Nella filanda che l'ha vista operaia bambina il tempo dei geloni alle mani e delle guerre con i padroni si era compiuto e in mezzo alla folla di Manhattan, tra i grattacieli e il profumo di hot dog, per Giulia era iniziata una nuova vita: un marito titolare di un alimentari nel cuore di Little Italy, un figlio, un piccolo impero commerciale. L'America le aveva regalato il riscatto che aveva sempre sognato. Ma il passato la tormenta. Che ne è stato di sua madre Assunta? Dell'amica Anita Leone e della sua vivace famiglia di mezzadri? Che fine ha fatto Pietro Ferro, il fidanzato che Giulia ha abbandonato senza una parola di spiegazione quasi mezzo secolo prima? Mentre lei era lontana, le colline intorno al Borgo di Dentro e i suoi abitanti sono stati protagonisti di due guerre mondiali, dell'avvento del fascismo e della lotta per la liberazione. Di battaglie, di amori e di speranze. Quando Giulia torna in Italia, non può che guardare quei luoghi e quei volti con altri occhi se vuole chiudere i conti con il passato.
In het mysterieuze Almayer, een afgelegen herberg aan zee, komt een bonte verzameling mensen bijeen, ieder met zijn of haar eigen verleden en angsten. Ze zijn allemaal op zoek. Er is de vijftienjarige Elisewin, die lijdt aan overgevoeligheid en bang is voor alles en iedereen. En er is professor Bartleboom, die onderzoek doet naar het begin en einde van dingen. De excentrieke kunstenaar Plasson doopt zijn penseel in oceaanwater om een portret van de zee te schilderen. En de beeldschone madame Deverià is door haar man gestuurd om te genezen van haar overspel. Als deze mensen elkaar ontmoeten, komen ook hun lotsbestemmingen samen als in een vooropgezet plan. Bovenal is er de zee zelf: de werkelijke hoofdpersoon en het geheimzinnige middelpunt van de verschillende verhalen. Oceaan van een zee is speels, provocatief en stemt tot nadenken, een bijzonder originele en wijze roman.
Davidu is negen jaar oud als hij ziet hoe zijn buurjongen Gerruso door een groep jongens wordt mishandeld. Als ze daarna ook Gerruso's nichtje Nina aanvallen, grijpt Davidu in. Zijn oom Umbertino is getuige van Davidu's kracht en bedrijpt dat zijn neefje voorbestemd is net als hijzelf een groot bokser te worden. Davidu groeit op in de vieze straten van Palermo, zonder vader maar met een opa en oma. Zij brengen hem de waarden bij die hij nodig zal hebben om te kunnen overleven in het arme Palermo waar de maffia heerst, het recht van de sterkste geldt en het leven draait om eergevoel.
Fiorenzo, Mirko en Tiziana: drie levens die elkaar kruisen op een onwaarschijnlijke, desolate plek in de wereld: Muglione, in het Toscaanse binnenland, een streek van werkeloosheid en stilstaande wateren. Het is de plek waar Fiorenzo al jong zijn moeder verloor, waar Tiziana naar terugkeert vanuit Berlijn en waar Mirko voorbestemd lijkt voor een grote fietstoekomst.
Nadat hij het Rijk van de Boselfen heeft bevrijd van de boosaardige macht van de Heksenkoningin, vervolgt Saturno zijn reis naar andere rijken die nog onder het juk van de Duistere Macht leven. Verzegeld door de machtige tovenaar Stellarius en zijn onafscheidelijke vrienden Regulus, Spica en Robinia bereikt de elf het Rijk van de Smidskabouters. Daar hebben de Snodo's, gemene aardmannetjes die een bondgenootschap hebben gesloten met de heksen, het trotse kaboutervolk onderworpen aan hun macht. Ook hebben ze de mijnen ingenomen waar hesperius wordt gedolven, een kostbaar metal waarmee de onoverwinnelijke harnassen van de Ridders zonder Hart worden gesmeed. De elfen weten onopgemerkt binnen te glippen in de stad Schonerots, en van daaruit zullen ze de kabouters helpen om de Snodo's te verslaan en de edelsteen van de eeuwenoude Betoverde Poort terug te vinden. Maar dan is de missie van Saturno nog niet voorbij: hij zal nog heel wat gevaren moeten trotseren want hij is de uitverkorene, de enige die de Zwarte Koningin kan verslaan en die de vrede kan herstellen in heel Fantasia.
In De barbaren behandelt Alessandro Baricco een fenomeen dat ons allen aangaat: de geleidelijke teloorgang van ons cultuurbesef. Baricco schreef hierover een serie wijd uiteenlopende en veelgelezen artikelen. Zo schakelt hij moeiteloos over van de tanende interesse voor de wijncultuur naar de vercommercialisering van de ooit heilige voetbalsport. Is er in de moderne tijd nog wel plaats voor bezieling? Wel degelijk, stelt Baricco, we moeten alleen beseffen dat er niet zoiets is als beschaving aan de ene en barbarisme aan de andere kant.
In een ver verleden werd Fantasia bewoond door vele volkeren die vreedzaam en harmonieus naast elkaar leefden. Om de vriendschap tussen alle rijken te stimuleren plaatsten de feeën in elk rijk een Poort, een doorgang waarmee de bewoners door het enorme gebied van Fantasia konden worden getransporteerd. Maar heksen maakten in het geheim misbruik van de Poorten. Niemand had door wat er aan de hand was, tot het te laat was. Zo begon het verhaal van het Verloren Rijk... Vlak voor ze onder het juk van de Zwarte Koningin bezweken, slaagden de Boselfen erin Saturno, de uitverkorene, te laten vluchten. Saturno was nog maar een klein kind toen hij in het rijk van de Sterrenelfen belandde. Op zijn vijftiende verjaardag, in het jaar van de Stralende Ster, ontdekt hij het geheim van de Poort en het Rijk waar hij vandaan komt. En hij besluit zijn lot tegemoet te gaan...