Er stromen rivieren in de lucht
- 475bladzijden
- 17 uur lezen






Nadat hij het Rijk van de Boselfen heeft bevrijd van de boosaardige macht van de Heksenkoningin, vervolgt Saturno zijn reis naar andere rijken die nog onder het juk van de Duistere Macht leven. Verzegeld door de machtige tovenaar Stellarius en zijn onafscheidelijke vrienden Regulus, Spica en Robinia bereikt de elf het Rijk van de Smidskabouters. Daar hebben de Snodo's, gemene aardmannetjes die een bondgenootschap hebben gesloten met de heksen, het trotse kaboutervolk onderworpen aan hun macht. Ook hebben ze de mijnen ingenomen waar hesperius wordt gedolven, een kostbaar metal waarmee de onoverwinnelijke harnassen van de Ridders zonder Hart worden gesmeed. De elfen weten onopgemerkt binnen te glippen in de stad Schonerots, en van daaruit zullen ze de kabouters helpen om de Snodo's te verslaan en de edelsteen van de eeuwenoude Betoverde Poort terug te vinden. Maar dan is de missie van Saturno nog niet voorbij: hij zal nog heel wat gevaren moeten trotseren want hij is de uitverkorene, de enige die de Zwarte Koningin kan verslaan en die de vrede kan herstellen in heel Fantasia.
Davidu is negen jaar oud als hij ziet hoe zijn buurjongen Gerruso door een groep jongens wordt mishandeld. Als ze daarna ook Gerruso's nichtje Nina aanvallen, grijpt Davidu in. Zijn oom Umbertino is getuige van Davidu's kracht en bedrijpt dat zijn neefje voorbestemd is net als hijzelf een groot bokser te worden. Davidu groeit op in de vieze straten van Palermo, zonder vader maar met een opa en oma. Zij brengen hem de waarden bij die hij nodig zal hebben om te kunnen overleven in het arme Palermo waar de maffia heerst, het recht van de sterkste geldt en het leven draait om eergevoel.
In het mysterieuze Almayer, een afgelegen herberg aan zee, komt een bonte verzameling mensen bijeen, ieder met zijn of haar eigen verleden en angsten. Ze zijn allemaal op zoek. Er is de vijftienjarige Elisewin, die lijdt aan overgevoeligheid en bang is voor alles en iedereen. En er is professor Bartleboom, die onderzoek doet naar het begin en einde van dingen. De excentrieke kunstenaar Plasson doopt zijn penseel in oceaanwater om een portret van de zee te schilderen. En de beeldschone madame Deverià is door haar man gestuurd om te genezen van haar overspel. Als deze mensen elkaar ontmoeten, komen ook hun lotsbestemmingen samen als in een vooropgezet plan. Bovenal is er de zee zelf: de werkelijke hoofdpersoon en het geheimzinnige middelpunt van de verschillende verhalen. Oceaan van een zee is speels, provocatief en stemt tot nadenken, een bijzonder originele en wijze roman.
De kleinste dwerg ter wereld, de dikke dame en de dame met de baard, de sterke man, de spinnenvrouw - elk jaar trekt maestro Rossi's rondreizende kermis in Juli het Umbrische dorp San Severino binnen. Aangetrokken door de mysterieuze mogelijkheden die dit met zich meebrengt, laat de jonge Alessandro Mezzanotte zijn werk op de akker in de steek. Op de kermis ontmoet hij de veertienjarige Valentina, met haar dikke zwarte haar en geur van gepofte appels en suikerspin. Het is het begin van een noodlottige liefde. Lisa St Aubin de Terán vermengt in Mezzanotte fantasie en werkelijkheid tot een onvergetelijke roman over liefde en verlies.
Het is Jacks verjaardag, hij wordt al vijf. Jack leeft met Mam in Kamer, waarvan de deur op slot zit. Kamer heeft alleen een dakraam en is elf vierkante meter groot. Jack is dol op televisie kijken; Dora de Explorer is zijn vriendin, maar hij weet dat wat hij op televisie ziet niet echt is. Alleen hijzelf is echt, en Mam, en de dingen in kamer. En Ouwe Nick die 's nachts vaak komt. Dan zit Jack in de kast en kraakt het bed. Op een dag vertelt Mam hem dat er buiten kamer ook een echte wereld is. Een wereld waarmee Jack na hun ontsnapping zal kennismaken. KAMER is het onvergetelijke verhaal van een moeder en haar zoontje die dankzij hun liefde het onmogelijke overleven. Het is onsentimenteel, soms grappig, soms gruwelijk, en altijd fascinerend.
In een ver verleden werd Fantasia bewoond door vele volkeren die vreedzaam en harmonieus naast elkaar leefden. Om de vriendschap tussen alle rijken te stimuleren plaatsten de feeën in elk rijk een Poort, een doorgang waarmee de bewoners door het enorme gebied van Fantasia konden worden getransporteerd. Maar heksen maakten in het geheim misbruik van de Poorten. Niemand had door wat er aan de hand was, tot het te laat was. Zo begon het verhaal van het Verloren Rijk... Vlak voor ze onder het juk van de Zwarte Koningin bezweken, slaagden de Boselfen erin Saturno, de uitverkorene, te laten vluchten. Saturno was nog maar een klein kind toen hij in het rijk van de Sterrenelfen belandde. Op zijn vijftiende verjaardag, in het jaar van de Stralende Ster, ontdekt hij het geheim van de Poort en het Rijk waar hij vandaan komt. En hij besluit zijn lot tegemoet te gaan...
In een oude villa op het Italiaanse eiland Procida woont een jongen met zijn vader. Arturo gaat niet naar school en brengt zijn dagen door in de wilde, weelderige natuur van het eiland. 's Avonds leest hij boeken over grote ontdekkingsreizen en het mysterieuze Oosten uit de bibliotheek van zijn vader. Die is zijn grote voorbeeld: groot, blond, onverschrokken - zoals de helden uit Arturo's boeken, die geheel hun eigen weg gaan.De grote afwezige in huis is de moeder van Arturo, die in het kraambed overleed en als een heilige wordt vereerd door haar zoon. Er is geen vrouw ter wereld om bij haar in de buurt kan komen. En dan keert zijn vader op een dag terug van zijn reizen met een jonge vrouw, met wie hij net blijkt te zijn getrouwd. Ze is maar twee jaar ouder dan Arturo en staat voor alles wat hij verafschuwt: stads, verwend en streng gelovig. En toch oefent ze een steeds grotere aantrekkingskracht op hem uit. Langzaam maar zeker wordt de paradijselijke microkosmos waarin Arturo leeft onttoverd.
Marzo 1946. Su una lussuosa Aprilia con autista, Mrs. Giulia Masca fa ritorno a Borgo di Dentro: quarantasei anni prima, sola, incinta e senza soldi, aveva detto addio alle campagne piemontesi imbarcandosi su un piroscafo alla volta di New York. Nella filanda che l'ha vista operaia bambina il tempo dei geloni alle mani e delle guerre con i padroni si era compiuto e in mezzo alla folla di Manhattan, tra i grattacieli e il profumo di hot dog, per Giulia era iniziata una nuova vita: un marito titolare di un alimentari nel cuore di Little Italy, un figlio, un piccolo impero commerciale. L'America le aveva regalato il riscatto che aveva sempre sognato. Ma il passato la tormenta. Che ne è stato di sua madre Assunta? Dell'amica Anita Leone e della sua vivace famiglia di mezzadri? Che fine ha fatto Pietro Ferro, il fidanzato che Giulia ha abbandonato senza una parola di spiegazione quasi mezzo secolo prima? Mentre lei era lontana, le colline intorno al Borgo di Dentro e i suoi abitanti sono stati protagonisti di due guerre mondiali, dell'avvento del fascismo e della lotta per la liberazione. Di battaglie, di amori e di speranze. Quando Giulia torna in Italia, non può che guardare quei luoghi e quei volti con altri occhi se vuole chiudere i conti con il passato.
New York, 1903. op Ellis Island gaan twee kinderen uit een gehucht in Zuid-Italië van boord: Diamante van twaalf en Vita, pas negen jaar oud. Hij is zwijgzaam, trots en onverschrokken; zij impulsief, jaloers en begiftigd met het mysterieuze vermogen om voorwerpen te verplaatsen. In deze schitterende emigrantenroman, gebaseerd op het leven van enkele familieleden van de schrijfster, lezen we hoe het verder ging met deze twee kinderen, waarvan de een in het nieuwe land zou slagen, terwijl de ander naar Italië terugging, een illusie armer.