De zwarte slaaf Augustus Townsend koopt zichzelf, zijn vrouw en zijn zoon vrij door kasten en tafels te maken. Augustus zweert nooit zelf eigenaar te worden van andermans leven. Zijn zoon Henry voelt zich jaren later niet gehouden aan deze belofte. Hij begint een eigen plantage in Virginia met drieëndertig slaven, tot afschuw van zijn ouders. Maar zijn vroege dood lijkt samen te vallen met de afsluiting van een oude wereld en het begin van een nieuwe. Als zijn onzekere weduwe de slaven niet in het gareel weet te houden, drossen ze en proberen ze de hun bekende wereld te ontvluchten. Ook sommige blanken hebben moderne ideeën, al weten ze nog niet, hoe ze ervoor kunnen uitkomen, zoals de sheriff en zijn vrouw, die de jonge zwarte slavin Minerva opvoeden als hun dochter zonder dat iemand dat mag weten. Wanneer de duidelijke verhoudingen vervagen wordt de bekende wereld met haar gruwelijke systeem steeds minder vertrouwd en dreigt ze langzaam uiteen te vallen.
De correcties gaat over de oude Enid en Alfred Lambert en hun drie kinderen Denise, Gary en Chip, die moeite hebben zich te ontworstelen aan de invloed van hun ouders. Denise is als eigenaar van een bekroond restaurant weliswaar maatschappelijk geslaagd, maar gescheiden en ongelukkig in de liefde. Gary, getrouwd en vader van drie kinderen, lijkt een succesvolle suburb-bewoner, maar hij lijdt aan de ziekte van de geslaagde man: hij vindt niets van wat hem vroeger plezier bracht nog de moeite waard. Het slechtst is Chip eraan toe. Aan zijn ooit veelbelovende universitaire loopbaan is door een seksschandaal een einde gekomen, en nu probeert hij zijn net afgeronde scenario aan een filmproducent te verkopen. Als hij bij toeval de echtgenoot van zijn minnares ontmoet komt hij terecht in een maalstroom van hilarische en volstrekt onvoorspelbare gebeurtenissen. Intussen probeert Gary het familiekapitaal van zijn dementerende vader te behoeden voor totaal verval en gaan de oude Enid en Alfred hun noodlot tegemoet op een cruiseschip.
Een meteoroloog die in 1915 in Alaska onder barre omstandigheden een observatiepost opzet, beleeft een gepassioneerde liefde met een raadselachtige vrouw.
Als zijn moeder plotseling overlijdt en hij zich schuldig maakt aan een misdaad, wordt de tienjarige lastpak Mich O'Keane uit huis geplaatst. Hij brengt zijn jeugd door onder erbarmelijke omstandigheden in verschillende strafinrichtingen. Systematische vernederingen en mishandelingen maken hem tot een ernstig verwarde en gewelddadige jongeman. Als Mich uiteindelijk vrijkomt, keert hij terug naar zijn geboortegrond. Rondstruinend door de velden en de bossen van zijn jeugd lijkt hij niet los te komen van zijn verleden en van de woede om wat hem is aangedaan. 'De Kinderschreck' valt zijn familie lastig en zaait paniek onder de andere dorpsbewoners. Dan wordt de jonge vrouw Eily Ryan en haar driejarig zoontje ontvoerd, kort daarop verdwijnt ook de priester John Fitzgerald. Een klopjacht volgt. 'In het woud' is het schrijnende verhaal, gebaseerd op een waargebeurde drievoudige moord, van een jongeman die al op jonge leeftijd zodanig wordt beschadigd dat het leven niets goeds meer voor hem in petto heeft. In haar bekende heldere stijl, rake karakteriseringen en lyrische beschrijvingen schetst O'Brien een ontluisterend portret van een tot mislukken gedoemd leven.
As Quentin Crisp used to say, "Don't keep up with the Joneses! <i>Drag them down to your level!</i>" This could be the motto of the suburbanites in A.M. Homes's fourth novel, <i>Music for Torching</i>. Homes has a subtle eye and ear for suburban reality, but beware: she is no mere satirist of what James Joyce called the "muddle crass." Behind each neat, bright lawn, vile lives writhe in darkness. On the surface, Paul and Elaine are conventionally competitive middle-aged, middle-class people with banal yearnings for French doors and a new deck. They have two strapping boys. Their neighbors Pat and George are prodigies of efficient family life. But alone with Elaine, Pat drops the Stepford Wife mask and stages loveless orgies atop the throbbing washer, amid the Downy and Fantastik and Bon Ami. Meanwhile, Paul beds a local wife and a sinister mistress. The nice old man down the street downloads Internet child porn. Local kids join the Boy Scouts and bite off teachers' fingers. It's all about lurid misery and false fronts: a minor character is named Claire Roth, surely alluding to the bitter relationship in Claire Bloom's <i>Leaving a Doll's House</i> and Philip Roth's <i>I Married a Communist</i>. <p> Paul and Elaine first popped up in Homes's collection <i>The Safety of Objects</i>, as a couple having the happiest night of their lives smoking crack while the kids are away. Their happiest night here is when they tip the barbecue and burn their house halfway down. The story proceeds with a nightmare zombie logic from there, with a funny-scary ironic tone. "Paul notices that the color of her eye shadow is Fiction, and her lipstick is called Sheer Fraud.... 'What happened to the dining-room table, Elaine? Why'd you chop it to pieces?'" he wonders. "The damage was irreparable," his wife replies. Homes describes nice people doing not-so-nice deeds in luminous, precise prose way better than Bret Easton Ellis, as well as Joyce Carol Oates, and occasionally within range of John Updike. But Homes is really the evil spawn of Grace Metalious and Quentin Tarantino. <i>--Tim Appelo</i></p>
Leila Ahmed groeide op in het Cairo van de jaren veertig en vijftig in een politiek bewust gezin. Terwijl veel mensen uit de hogere klasse van Egypte tegen onafhankelijkheid waren, was de familie Ahmed een groot voorstander van het vertrek van de Britten. Zij verzetten zich echter tegen de politiek van Nasser. Vanuit deze achtergrond begon Leila aan een reis door culturen en door de belangrijkste ontwikkelingen van deze eeuw: het eind van het kolonialistische tijdperk, de stichting van de staat Israël, de opkomst van het Arabische nationalisme en het verdwijnen van de multireligieuze samenleving die de basis van Egypte was geweest. Tijdens haar jaren in Engeland, Abu Dhabi en Amerika probeert Leila Ahmed zichzelf te definiëren als vrouw, als moslim, als Egyptische en als Arabische. Haar zoektocht gaat over taal en nationalisme, over de verschillen tussen mannen en vrouwen en over verschillende interpretaties van de islam. In beeldende taal, die de zwoele zomers van haar jeugd en de verpletterende schoonheid van de woestijn oproept, vertelt Ahmed een verhaal dat ons kan helpen de verschillen tussen culturen te begrijpen die onze geglobaliseerde samenleving zo sterk beïnvloeden.
Persoonlijk verslag van een moeder over de relatie met haar autistische zoon; over de veranderingen in haarzelf en in haar zoon, met betrekking tot elkaar en de buitenwereld.
Na de dood van haar moeder wordt een veertienjarig Iers meisje in toenemende mate door haar vader seksueel misbruikt, waardoor ze in verwachting raakt en wegloopt van huis.
De laatste samoerai is een intellectuele tour de force, vol verhalen, fabels, Japanse grammatica, Griekse poëzie, IJslandse legendes en wiskundige problemen. Maar bovenal wordt teder en liefdevol de innige band tussen een moeder en haar geniale, geestige en bijzondere zoon beschreven.