Lakshmi is dertien wanneer haar stiefvader haar uit pure armoede verkoopt aan een bordeel in Calcutta. Van een onschuldig plattelandsmeisje verandert ze in een gebruiksvoorwerp en wordt ze dagelijks door talloze mannen misbruikt. Lakshmi leert te overleven in een uitzichtloze situatie, totdat ze op een dag een belangrijke beslissing moet nemen...
Op de ochtend dat ze zou trouwen kroop Pell Ridley in het donker haar bed uit, kuste haar zusters vaarwel, haalde Jack uit de wind en de regen van de boswei en vertelde hem dat ze weggingen. Al was het niet waarschijnlijk dat hij bezwaar zou maken, als paard. Op de ochtend van haar huwelijk vlucht Pell Ridley op haar paard Jack weg van haar ouderlijk huis. Haar jongste (stief)broertje Bean wil met haar mee. Samen trekken ze rond door het negentiende-eeuwse Engeland. Onderweg raakt Pell eerst haar paard en later ook haar broertje kwijt. Tijdens haar zoektocht ontmoet ze een stroper, zigeuners en een paardensmid. Rosoff beschrijft op eigenzinnige wijze het rauwe leven op het Engelse platteland in de negentiende eeuw.
Stel dat je de vijftienjarige David Case was, dan zou je kunnen besluiten jezelf voortaan Justin Case te noemen en je uiterlijk compleet te veranderen. Je zou jezelf kunnen transformeren tot een geweldig atleet, en kunnen proberen te ontkomen aan het noodlot dat je op de hielen zit, aan alle catastrofale gebeurtenissen die elke seconde dreigen te gebeuren. Je zou weg kunnen lopen van huis, en voor je het weet zou je leven allerlei even vreemde als dramatische wendingen nemen.
Berlijn, 1943. De negenjarige Bruno verhuist met zijn familie naar een plek ver weg. Hun nieuwe huis staat naast een hoog hek, een hek dat Bruno afschermt van de vreemde mensen die hij daarachter ziet bewegen. Op een van zijn ontdekkingstochten ontmoet Bruno een jongen wiens leven zeer verschilt van dat van hem. Toch worden de jongens vrienden, maar het is een vriendschap die niet zonder gevolgen blijft.
Nadat hun ouders zijn gedood en zij zijn verjaagd, zijn zes kinderen van verschillende leeftijd op zoek naar voedsel en water in het Afrika van 200.000 jaar geleden. Zij worden geleid door de geest van de Maanvalk die in de dromen van het oudste meisje spreekt. De avonturen die zij meemaken met luipaarden, krokodillen, een vulkaan, een aardbeving en als gevaarlijkste andere mensen, worden afgewisseld met 'oud-verhalen', de mythen van het volk van de Maanvalk. Hoofdthema is de ontwikkeling van taal, organisatie, altruïsme, godsdienst en werktuigen. Het boek is onderverdeeld in vier boeken, telkens geschreven vanuit het gezichtspunt van een ander kind. Het taalgebruik is niet eenvoudig, de technische leesbaarheid is moeilijker dan de inhoud. Het boek is geschikt voor kinderen vanaf twaalf jaar en ook te lezen door volwassenen. Er zijn mooie illustraties in grijstinten van de dieren die in de mythes voorkomen. De inhoud van het boek is niet historisch verantwoord, maar ontspruit geheel aan de fantasie van de schrijver. Het boek is in het buitenland al voorgedragen voor een aantal prijzen. Naast spannend is het echter ook enigszins pretentieus. (Biblion recensie, Fred Koekoek)