Rainbow Essentials - 31: Ik, de ander
- 140bladzijden
- 5 uur lezen
Cultuurfilosofisch essay van de Hongaarse schrijver (1929- ) over de zijns inziens zorgelijke toekomst van Europa.






Cultuurfilosofisch essay van de Hongaarse schrijver (1929- ) over de zijns inziens zorgelijke toekomst van Europa.
De zoektocht van drie vertellers, een jonge Hongaar in Oost-Duitsland omstreeks 1970, een jongen in de jaren vijftig in Boedapest en een Duitse schrijver aan het begin van de 20e eeuw, naar hun identiteit.
Tegen het decor van de Hongaarse en Hongaars-joodse geschiedenis trekt in Tuinfeest een stoet van levende, maar ook dode verwanten, vrienden, tegenstanders en naamloze passanten aan het geestesoog van de ik-figuur voorbij. Tragische gebeurtenissen worden afgewisseld met sterk erotische passages, met vrolijkheid en inkeer, humor en geluk. Tenmidden van het feestgedruis wordt de ik-figuur geconfronteerd met zijn eigen afstandelijkheid en met de actieve politieke betrokkenheid van de hartsvriend van zijn jeugd, die tenslotte naar het Westen emigreert. De ik-figuur heeft zich minder gehecht, maar is wel gebleven.
Een Hongaarse jongen, wiens vader bij de staatspolitie werkt, wordt aanvankelijk door zijn grootvader opgevoed in de geest van de joodse wijsheid.
Akcja Fiaska, jednej z części tak zwanej "trylogii ludzi bez losu", blisko związanej z Losem utraconym, rozgrywa się w latach pięćdziesiątych na Węgrzech. Starzejący się pisarz, alter ego autora, czeka na list od wydawnictwa, w którym złożył powieść o przeżyciach obozowych. Spodziewa się odmowy, ale kiedy książka zostaje ostatecznie przyjęta do druku, ogarnia go poczucie pustki - czuje, że utraci w ten sposób to, co miał najbardziej osobistego. Paradoksalnie, przeżyty koszmar okazuje się najważniejszym i najbardziej intymnym z jego życiowych doświadczeń. Fiasko, wydane po raz pierwszy w 1988 roku, to także doskonały obraz klaustrofobicznej atmosfery lat stalinizmu.
In twee bijna filmisch beschreven dagen verliezen vier jongens niet alleen hun jeugd, maar - belangrijker nog - ook het geloof in werkelijke vriendschap en de hoop op een goede toekomst. De opstandigen handelt over het onstuimige zielenleven van vier vrienden die juist hun eindexamen achter de rug hebben. Hun jeugd hebben ze al achter zich gelaten, maar ze zijn nog niet in de wereld der volwassenen aangekomen. De voor Hongarije zo noodlottig verlopende Eerste Wereldoorlog en de zich al aankondigende ondergang van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie vormen het onheilspellende decor van de roman. Terwijl hun vaders aan het front vechten, verenigen Ábel, Tibor, Erno en Béla zich tot een bende om te rebelleren - niet alleen tegen het gezag van de volwassenen in hun omgeving, maar tegen de hele wereld. Márai schreef de roman De opstandigen in de beginperiode van zijn schrijversloopbaan, in 1929. De schrijver zelf beschouwde dit boek als zijn beste werk, waarin zijn talent het meest tot zijn recht kwam.