U lovců mamutů (1. a 2. díl)
- 381bladzijden
- 14 uur lezen






DEEL 4 IN DE ROMANSERIE DE AARDKINDEREN <spoiler>Hoewel Ayla aan Ranec, de meesterbeeldhouwer van de Mamutiërs, haar Belofte heeft gegeven om samen met hem een vuurplaats te stichten, geeft zij hem op de avond van de ceremonie het symbool van hun verbintenis terug. Hoewel hij haar vele keren gelukkig heeft gemaakt, voelt zij toch dat het Jondalar is met wie zij verder door het leven moet gaan. Maar Ayla draagt het teken van de Grote Aardmoeder in zich, en haar bestemming gaat veel verder dan zij of Jondalar ooit kan vermoeden. Wanneer zij samen de grote reis naar de Zelandoniërs ondernemen, het volk van Jondalar, maken zij wederom kennis met de vele verrassende en verraderlijke eigenschappen van mens en natuur. Maar niets kan Ayla en Jondalar afleiden van hun uiteindelijke bestemming: dat ene plekje op aarde dat ze hun thuis kunnen noemen.</spoiler> Jean M. Auel begon in 1977 met de voorbereidingen voor de romanserie De Aardkinderen . Ze bracht vele uren door in bibliotheken en bestudeerde daar de boeken over de Ijstijd. Ze volgde een overlevingscursus waar ze veel opstak over jagen op groot en klein wild met primitieve middelen en over eetbare en genezende flora. Ze leerde er een ijsgrot maken en ging daar zelfs een tijdje in wonen om uit eigen ervaring te vertellen.
Ve čtvrtém díle vzrušující ságy z prehistorické doby pokračuje dobrodružné putování Ajly a jejího přítele Jondalara.Jejich láska prošla tvrdou zkouškou,než se rozhodli spolu žít a odejít do Jondalarova domova,země Zelandonců.Putují v opačném směru stejnou cestou,kterou před léty prošel Jondalar se svým bratrem Thonolanem,od moře Beran údolím Matky řek,od jejího širokého ústí až k prameni, a čeká je překročení velkého ledovce.
Ajla nemohla jinak. Musela opustit Klan. Cestovala pozdním podzimem, až našla údolí, ve kterém chtěla přečkat zimu. Nalovila spoustu zvěře, ale zajíci a křepelky jí přes zimu nevystačí. Proto musela ulovit větší zvíře. V jejím údolí byla spousta koní a ona se rozhodla, že jednoho uloví. Nevěděla, jak lovci Klanu loví větší zvířata a prakem si na koně netroufla. Nakonec vykopala díru v zemi a stádo koní nahnala tím směrem. Doufala, že aspoň jeden kůň do jámy spadne. Tak se opravdu stalo a Ajla ulovila svou první větší kořist. Ale pak si všimla, že klisna, kterou ulovila, měla hříbě. Na malé hříbě doráželi hyeny, Ajla je odehnala, ale hříbě zabít nemohla. V údolí byla sama a hříbě bylo taky samo. Tak mu Ajla začala dělat náhradní matku.
Ayla heeft de Stam van de Holebeer, waar zij is opgegroeid, moeten verlaten. Eenzaam en verdrietig trekt zij door het barre prehistorische land van 35.000 jaar geleden, op zoek naar de Anderen, het volk van haar vader en moeder. Maar als de winter nadert, moet ze beschutting zoeken in een grot in een afgelegen vallei. Door haar kracht en vindingrijkheid weet ze te overleven en sluit ze zelfs vriendschap met de dieren. Als ze op een dag een zwaargewonde jongeman vindt, komt ze voor een keuze te staan. Moet ze haar vertrouwde eenzaamheid inruilen voor de onzekerheid van menselijk gezelschap?