De jongen van Jongensjaren groeit op in een provinciestadje in Zuid-Afrika. Hij leidt een dubbelleven met een vader voor wie hij geen enkel respect koestert en een moeder die hij niet alleen aanbidt, maar aan wie hij zich ook ergert. Op school is hij de briljante en de zich keurig gedragende leerling, thuis het tirannieke prinsje dat altijd bang is de liefde van zijn moeder te verliezen. Zijn eerste contacten met de literatuur, het ontwaken van seksuele gevoelens en een groeiend besef van de apartheid brengen hem compleet van zijn stuk. Alleen zijn liefde voor het veld - op boerderijen vind je vrijheid en leven - geeft hem het gevoel ergens bij te horen. (
Scènes uit het provinciale leven Reeks
Deze serie duikt in de belevingswereld van de kindertijd en identiteitsvorming in een desolaat, geïsoleerd landschap. Door de reis van een gevoelige en intelligente jongen te volgen, verkennen deze werken de complexiteit van familiebanden en maatschappelijke druk. De authentieke weergave van het opgroeien in een multicultureel, maar gespannen Zuid-Afrika biedt diepgaande inzichten in persoonlijke en psychologische ontwikkeling.




Aanbevolen leesvolgorde
Scènes uit de provincie - 2: Portret van een jongeman
- 208bladzijden
- 8 uur lezen
Hij moet weg van dat eindeloze platteland, weg uit dat betoverend mooie landschap. Hier, in Zuid-Afrika, kan hij nooit een dichter zijn, en al helemaal geen groot dichter zoals T.S. Eliot. Want dat wil hij worden, een groot dichter met een wild liefdesleven, hij wil gedichten schrijven waarvan de schoonheid met stomheid slaat, gedichten die iets uitdrukken wat hij in de Zuid-Afrikaanse bewegingsloosheid maar niet kan uitdrukken - maar wat eigenlijk? Hij moet weg, naar Londen, daar wordt verfijnder gesproken, daar zal hij zijn weg vinden naar de vrouwen en de grote poëzie. Natuurlijk is zijn moeder ontsteld, wat moet dat dan wel voorstellen, een dichter, en bovendien schijnt het in Londen koud te zijn. Het Londen van de vroege jaren zestig, waar hij toch naartoe gaat, is nog geen 'swinging London', maar een verwarrende en vijandige mierenhoop. Hij schopt het daar ten slotte tot programmeur. Maar zo leidt hij niet het grootse en meeslepende leven van een dichter. Hij heeft niet eens een vriend! Hij heeft een muze nodig! Hij raapt al zijn moed bijeen en leert allerlei vrouwen kennen die hem na een paar moeizame nachten eigenlijk alleen nog maar van de poëzie afhouden, vooral van liefdesgedichten!
Zomertijd
- 297bladzijden
- 11 uur lezen
Een jonge Engelse biograaf werkt aan een boek over de overleden schrijver John Coetzee. Hij wil zich concentreren op de jaren 1972-1977 waarin Coetzee, zijn debuut Schemerlanden schreef en een arbeiderswoninkje in een buitenwijk van Kaapstad deelde met zijn vader die weduwnaar was. De biograaf meent dat dit de periode is waarin Coetzee 'zijn draai begon te vinden als schrijver'. Omdat hij Coetzee nooit persoonlijk heeft ontmoet, begint de biograaf aan een reeks interviews met mensen die belangrijk voor de schrijver zijn geweest – een getrouwde vrouw met wie hij een affaire had, zijn lievelingsnicht Margot, een Braziliaanse danseres wier dochter Engelse bijles van hem kreeg, vroegere vrienden en collega's. Uit hun getuigenissen komt Coetzee naar voren als een wat onhandige man met een gering talent om zich voor anderen open te stellen. Zijn familie beschouwt hem als een buitenstaander, iemand die heeft geprobeerd zijn achtergrond te ontvluchten en die nu met de staart tussen de benen is teruggekeerd. Zijn lange haar en baard, de geruchten over zijn plotselinge vertrek uit de Verenigde Staten en het feit dat hij een boek heeft geschreven wekken, in het Zuid-Afrika van die tijd niets dan achterdocht. Het soms hartverscheurende, soms uiterst geestige Zomertijd toont ons een groot schrijver die zich warmloopt voor zijn taak.
Gerelateerde boeken
Scenes from Provincial Life
- 496bladzijden
- 18 uur lezen
Coetzee's majestic trilogy of fictionalised memoir, Boyhood, Youth and SummertimeIt opens in a small town in the South Africa of the 1940s. As he interviews important figures in Coetzee's life, a portrait emerges of an awkward outsider who - even after death - remains dogged by rumours.